Inhoud van de gids

Meer

Begrippen

De woorden die Taalmaatje en deze gids gebruiken, kort uitgelegd.

Van A tot Z

  • Archiveren: een klas of leerling uit gebruik halen. Alles blijft bewaard en is alleen nog te bekijken; Terugzetten maakt ze weer actief. Zie Klassen.
  • Bewaartermijn: na hoeveel dagen gesprekken automatisch gewist worden: standaard 30, van 2 tot 365. Zie Schoolinstellingen.
  • Codeblad: een blad met één kaartje per leerling: naam, code en het adres om aan te melden. Zie Het codeblad.
  • Credit: eén vraag van een leerling. De school koopt credits vooraf. Zie Credits en budget.
  • Geweigerd: een vraag die de beveiliging van Taalmaatje tegenhield. Zie Opvallend.
  • Herhaal deze klassikaal: woorden die in een klas op meerdere dagen terugkomen. Zie Inzichten per klas.
  • ICT-beheerder: de rol voor wie het team, de schoolinstellingen en de credits beheert. Zie Rollen.
  • Inzage: de keuze van de school om leerkrachten gesprekken te laten lezen. Geldt pas vanaf het aanzetten. Zie Gesprekken.
  • Inzichten: aantallen, woorden, thema's en de soort hulp per klas, leerling of school, zonder de inhoud van gesprekken.
  • Klassen ophalen: klassen en leerlingen overnemen uit Bitkring of Bitblad. Zie Klassen ophalen.
  • Logincode: de persoonlijke code van acht tekens waarmee een leerling aanmeldt. Zie Leerlingen en logincodes.
  • Mijn woorden: de woordenlijst van een leerling, met de woorden die de leerling aan Taalmaatje vroeg. Zie Mijn woorden.
  • Niveau: hoe kort of uitgebreid Taalmaatje uitlegt: Standaard, OKAN, Eerste, Tweede of Derde graad. Zie Niveaus.
  • Opvallend: hoogstens twee signalen per leerling in de inzichten van de klas: stil, vaak geweigerd of veel vertaling. Een aanleiding voor een gesprek, geen beoordeling.
  • Pakket: wat de school afnam, geteld in klassen en actieve leerlingen. Zie Schoolinstellingen.
  • Pauzeren: de toegang van een leerling tijdelijk afsluiten; Activeren opent ze weer. Zie Toegang.
  • Schoolpot: het saldo van de school, in vragen. Ook Schoolsaldo genoemd.
  • Studeerlijst: een afdrukbaar blad met de opgezochte woorden van een klas of leerling. Zie Studeerlijst.
  • Vragenbudget: hoeveel vragen een leerling mag stellen in een periode, per klas of per leerling. Zie Het vragenbudget.
  • Zelfstandigheidssignalen: drie richtingen per leerling over de laatste 14 dagen tegenover de 14 dagen ervoor. Zie Per leerling.